Politieke kabinetten zijn niet de oorzaak en zelfs geen rechtstreeks gevolg van de particratie

Dat de Vivaldi-coalitie 838 kabinetsmedewerkers aan het werk zet, zorgde voor wat deining. Onterecht, vindt Karel Joos, die een verweerschrift voor de cabinetard neerpende.

De regering van Alexander De Croo telt omwille van haar zeven vicepremiers een stuk meer kabinetsmedewerkers dan voorgaande beleidsploegen. De voorbije weken leverde dat uit meerdere hoeken kritiek op, recent nog in een vrij slordig beredeneerd opiniestuk van de Vrijdaggroep. Zij kwamen met een aantal voorstellen om het vermeende gebrek aan expertise en integriteit op de ministeriële kabinetten te verhelpen, als eerste stap in het afbouwen van de particratie in ons land.  De groep van mannelijke en vrouwelijke beleidsadviseurs die een minister of staatssecretaris bijstaan, wordt niet voor de eerste keer weggezet als kortzichtig en eenzijdig gericht op het partijbelang. Achthonderd ongrijpbare intriganten die niet alleen het werk afpakken van zeventigduizend federale ambtenaren maar hen ook nog eens muilkorven en indien nodig zelfs de arm omwringen. Ze zouden bovendien ontsnappen aan democratische controle. Het is een oudbakken analyse. "Dat kabinetsmedewerkers onder de radar opereren klopt niet"

Dat kabinetsmedewerkers onder de radar opereren klopt niet. Wie hun identiteit wil kennen kan de zogenaamde "lijst van de beleidsorganen en van de secretariaten van de ministers en staatssecretarissen" consulteren. Het is een officieel parlementair document dat naam, functie en telefoonnummers vermeldt.

Wie meer wil weten kan bijvoorbeeld terecht op de websites van de regering, de ministers zelf en hun partijen of bij verscheidene media. Sinds een jaar of tien voeren die steeds meer sleutelspelers ten tonele, waarover ze interessante portretten maken met veel achtergrondinformatie en krokante details. Hoe dan ook, alles wat de cabinetards doen en laten stroomt samen in de acties, daden en aansprakelijkheid van hun minister. Die wordt dag na dag in de gaten gehouden, bespied en zelfs geroosterd door iedereen die van overal zit mee te kijken naar het politieke bedrijf. Politici noch hun entourage kunnen zich vandaag al te lang verborgen houden voor de zoeklichten van de media, die hen desnoods helemaal gaar stoven. "Dat partijen willen regeren om kabinetten te kunnen vullen is de zaken omdraaien"

Dat partijen willen regeren om kabinetten te kunnen vullen is de zaken omdraaien. Het probleem van de particratie bij voorrang willen aanpakken via de kabinetten is dezelfde denkfout maken. Kabinetten zijn niet de oorzaak en zelfs geen rechtstreeks gevolg van het feit dat in ons land enkel de politieke partijen ministers selecteren en dat het parlement is samengesteld op basis van partijfracties en dito lijsten.

Het is bovendien een illusie om te denken dat dit systeem zichzelf fundamenteel zal hervormen, laat staan opheffen. Daar zijn exogene factoren voor nodig en de kracht daarvan bouwt zich schok na schok verder op, tot het kantelpunt bereikt is. Precies zoals COVID-19 het telewerken definitief maakte, nadat computers, het internet en structurele files eerder hun werk hadden gedaan. "Kabinetten en administratie hebben elkaar hard nodig" Een deontologisch charter kan natuurlijk nooit kwaad, net als meer zicht krijgen op wie waar vandaan komt. Het Rekenhof maakt de mandaten van leidinggevende kabinetsleden trouwens al vele jaren publiek. Alleen, en opnieuw, dit zal geen effect hebben op meer of minder particratie. Dat ambtenaren hun post inruilen voor een legislatuur op een kabinet zal eerder het wederzijds respect en hun beleidservaring bevorderen dan dat het opvolgingsproblemen zou veroorzaken in de administratie.

Dat voormalige kabinetstoppers uiteindelijk vaak de hoogste posities in de administratie bereiken, zegt vooral iets over de duur en de intensiteit van de tropenjaren die ze gespendeerd hebben in het zenuwcentrum van de politiek. Blijkbaar heeft het merendeel van de cabinetards echter geen idee waarover ze het hebben, want er is volgens de Vrijdaggroep dringend nood aan opleiding.

De realiteit is dat kabinetten een uiterst meritocratische omgeving vormen. Wanneer je als cabinetard niet even snel als grondig een dossier kunt oppakken word je vanzelf irrelevant, geneutraliseerd of weggestuurd, en anders zullen de ambtenaren je wel alle hoeken van de kamer laten zien. Een zwak kabinet is dan ook fataal voor gelijk welke minister.

Net omdat de administraties elk jaar meer aan kwaliteit winnen, zijn conflicten met het kabinet grotendeels verleden tijd. Ze hebben elkaar ook simpelweg veel te hard nodig om boven water te kunnen blijven in hun steeds ingewikkelder en wispelturiger wordende omgeving - om van het legertje belangenbehartigers in de boze buitenwereld niet te spreken. Ten slotte, rekrutering via Selor is handig, op voorwaarde dat de minister na de eedaflegging van de regering enkele maanden de tijd krijgt om rustig haar medewerkers uit te kiezen, quod non. 

Dit soort voorzetten om ministeriële kabinetten te reguleren of zelfs af te schaffen zijn jammer genoeg niet goed getrapt. Met een flauwe boog zeilt de bal weg van het doel om vervolgens hobbelend over de zijlijn te rollen.

Opinion piece by Karel Joos, Partner at Interel Belgium, for VRT.be Tuesday 20 October 2020.